In gesprek met Arthur Theunissen - Mijn Landbouw Pensioen
16318
post-template-default,single,single-post,postid-16318,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-9.1.3,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

In gesprek met Arthur Theunissen

08 aug In gesprek met Arthur Theunissen

Arthur Theunissen is namens de vereniging ‘Mijn Landbouw Pensioen’ één van de kandidaten voor het bestuur van BPL. In dit interview deelt hij zijn ervaringen en vertelt hij wat we van hem kunnen verwachten.

Was pensioen altijd al een hobby van je?

Nee, zeker geen hobby. Zoals de meeste mensen wilde ik er in mijn jonge jaren niet veel van weten. pensioen lag gewoon te ver weg om je er druk over te maken. Pensioen was een kwestie van vertrouwen. Ik ben er via mijn werk eigenlijk ‘per ongeluk’ ingerold. In 2005 heb ik me bezig gehouden met een pensioenproject en dat was eigenlijk het begin van mijn pensioenloopbaan. Het was de bedoeling dat ik dat naast mijn gewone werk er even bij zou doen. In 2007 werd ik voorzitter van het pensioenfonds van die onderneming. Vanaf 2008 was het een kwestie van ‘alle hens aan dek’. De financiële crisis en ontwikkelingen rond pensioen gingen zo hard dat het eigenlijk geen bijbaantje meer was. Vanaf 2012 heb ik me ook bijna uitsluitend met pensioenen bezig gehouden. Ik ben nu nog adviseur van een pensioenfonds, voorzitter van een beleggingscommissie en bestuurslid van een pensioenfonds van een bank.

Het gaat niet zo goed met pensioenen in Nederland en dus zal het vast geen leuke tijd zijn geweest?

Leuk is misschien niet het goede woord. Het waren wel spannende en uitdagende tijden. Elk pensioenfonds werd met de zelfde soort problemen geconfronteerd. Vaak waren het problemen die helemaal nieuw waren en dus ook zonder kant en klare oplossingen. De slogan: “resultaten uit het verleden geven geen garanties voor de toekomst” was zeker relevant: je kon niet altijd terugvallen op ervaring. Met ‘gezond boeren verstand’ de problemen analyseren en dan verschillende oplossingen goed tegen elkaar afwegen. Dat was zo ongeveer het enige dat je kon doen. Het meest lastige was dat je keuzes moest maken. Je moest nog maar afwachten of die goed uit zouden pakken. Eerlijk gezegd: ik heb in die tijden ook wel eens slecht geslapen.

Hoe wist je dat je de goeie keuzes maakte?

Dat wist ik niet. Gelukkig maakte ik die keuzes niet alleen. Dat deden we samen: 6 bestuursleden. De kracht van het bestuur was dat we het niet altijd meteen met elkaar eens waren: dat verrijkte de discussies. Bij elke beslissing hebben we uitvoerig gekeken naar de mogelijke effecten voor elk van de belangengroepen. Zeker in tijden dat het niet goed gaat, is het vaak een kwestie van ‘de pijn’ eerlijk verdelen. Dat leverde soms pittige discussies op, maar wel door bestuurders die allemaal het beste voor hadden voor alle belanghebbenden. Als bestuurders beslisten we niet alleen over andermans pensioen, maar ook ons eigen pensioen. Bovendien hadden we als bestuurders het voordeel dat we midden tussen de belanghebbenden stonden: we kwamen onze deelnemers op de werkvloer tegen en hadden doorgaans ook nog goede contacten met gepensioneerden. We kenden de belanghebbende goed en wisten dat ze vooral veel waarde hechtten aan de zekerheid die hun pensioen zou moeten bieden.

Uiteindelijk pakte het toch goed uit? 

Over het totaal genomen kun je zeggen dat het pensioenfonds waaraan ik tussen 2007 en 2016 leiding aan heb gegeven het relatief goed gedaan heeft. Relatief goed betekent hier: een stuk minder slecht dan heel veel andere pensioenfondsen. Als er ranglijsten waren dan waren we opgeklommen van de laatste 25% naar de tot van 25% best presterende pensioenfondsen van Nederland. Dat wil echter niet zeggen dat alles goed is gegaan. Met de wetenschap van nu hadden we een aantal zaken nog beter kunnen doen. Wel kunnen we zeggen dat we meer goeie dingen hebben gedaan dan slechte dingen. Daar zat zeker ook wel een beetje geluk bij, maar het was duidelijk meer dan alleen geluk.

Hoe kijk je naar het bestuur van BPL?

Het bestuur van BPL heeft ook erg lastige tijden achter de rug. Een vergelijking met het fonds waar ik leiding heb gegeven is waarschijnlijk niet helemaal eerlijk. BPL is een veel groter fonds (50x zo groot in vermogen), met veel meer werknemers (ruim 100x zo groot) en gepensioneerden (ook ruim 100x zo groot. Bovendien vormt de belangengroep geen hechte gemeenschap zoals dat bij een bedrijf het geval is: er zijn maar liefst ruim 14.000 werkgevers. Dat bestuur heeft een eigen verantwoordelijkheid en ook een eigen afweging die in alle oprechtheid zal hebben plaatsgevonden. Het is daarom logisch dat dat bestuur andere keuzes heeft gemaakt en dat die dan ook anders zijn uitgepakt is niet helemaal onlogisch.

Ben je het dan helemaal eens met het beleid van BPL?

Nee, dat BPL andere keuzes heeft gemaakt en dat ik die maar heb te respecteren, wil niet zeggen dat ik het met al die keuzes altijd eens ben. Het zou ook niet goed zijn om het klakkeloos eens te zijn met alle keuzes die zijn gemaakt. Het zijn vooral de kritische geluiden over de gemaakte keuzes die ervoor kunnen zorgen dat de gemaakte keuzes opnieuw tegen het licht worden gehouden.
Het is ook heel simpel zo dat voor een aantal beslissingen  het motto geld: ‘gedane zaken nemen geen keer’.

Doet BPL het dan heel anders dan ander pensioenfondsen?

BPL is een van de 25 grootste pensioenfondsen en de 5 aller grootsten hebben een voorbeeld functie: maar helaas geven ze wel het verkeerde voorbeeld. Juist die 5 fondsen zijn extra hard getroffen door de grote risico’s die genomen zijn en die eigenlijk niet echt nodig waren. Bovendien geven ze al jaren lang subsidies op de pensioenpremies. BPL volgt het spoor van de 5 grootste fondsen, maar zit daarmee ook op het verkeerde spoor. Zelf ben ik aan het twijfelen of ons pensioenstelsel in Nederland nog wel zo goed is als we denken. In een artikel vergelijk ik dat stelsel met de Titanic, maar ik hoop van harte dat ik daarin geen gelijk ga krijgen.

Op welke onderdelen zou je bij BPL veranderingen willen zien als je de vrije hand had?

Ik wil nooit de vrije hand te krijgen, want ik geloof nu eenmaal dat een bestuur veel beter in staat is goede afwegingen te maken dan een eenling. In het bestuur zou ik vooral aandacht vragen voor:

  • Een echt evenwicht in de afweging van belangen. De stem van gepensioneerden is onvoldoende tot zijn recht gekomen en dat ook laten blijken.
  • De pensioenpremie moet nu echt omhoog: Ik heb er alle begrip voor dat de sociale partners oog hebben voor de hoogte van de pensioenpremie. Te lang is doorgegaan met ‘subsidie’ van de pensioenpremie. Er is echt geen ruimte meer om nog premie te vragen die lager is dan de kostprijs van pensioen. Zo snel mogelijk op een verantwoorde manier naar de kostprijs, want ik weet dat een verhoging van vandaag op morgen ook niet realistisch is.
  • De dreigende verlaging van pensioenen alle aandacht geven en voorkomen dat bij een herverdeling van pensioenen de pensioenen aangetast worden
  • Zodra er wel een herstel is (ook al kan dat lang duren), dan opnieuw kijken hoe met alle risico’s moet worden omgegaan. Met het verlagen van risico’s zal waarschijnlijk wel gewacht moeten worden op betere tijden.
  • Het laatste maar niet het minste: de onderlinge saamhorigheid tussen gepensioneerden bevorderen: een bindende factor.


Met de vereniging gepensioneerden Landbouw sta je sterker! Word daarom (gratis) lid!